Blog

Feedback geven die aankomt

We zijn lekker aan de slag met een trainingsacteur en er wordt flink geoefend. Deze groep lijkt niet veel moeite te hebben met het geven van feedback. Sterker nog ze schudden de ene na de andere situatie uit de mouw. Iedereen wil graag haar situatie oefenen.

Na een aantal rollenspellen lijkt de acteur niet echt onder de indruk van de feedback. Hij hoort de feedback aan en bedankt de collega vriendelijk dat zij feedback geeft. Als we vervolgens aan de collega vragen of zij er vertrouwen in heeft dat de acteur nu ander gedrag gaat laten zien schudt zij vertwijfeld haar hoofd. Zij snapt er niets van. Zij heeft keurige feedback gegeven, toch?

Inderdaad zij heeft keurige feedback gegeven. De collega gaf aan wat zij de acteur had zien doen. Heel feitelijk. Daar liet zij het bij. Je kunt de reactie van de acteur misschien raden. Niet? Die dacht “Ja, duh dat wist ik al, je vertelt mij niets nieuws”.

Wat was hier dan het probleem? 

Hoe je irritatie en ongeduld in je team kunt benutten!

We kunnen ook met z’n allen gaan paintballen” stelt Gino voor.

“Hé nee, zegt Steffie, die ballen komen altijd zo hard aan”.

“Dan iets met fietsen ofzo. Mountainbiken?” gaat Ikram verder.

De energie spat eraf. De een na de ander heeft een goed idee. Allerlei voorbeelden en ervaringen worden uitgewisseld. De een heeft een goed adresje zus, de ander een telefoonnummer zo. Het heeft alleen helemaal niets te maken met de opdracht die ze hadden.

Ondertussen is Liz allang afgehaakt. Ze kijkt op haar telefoon, tikt een berichtje en moet lachen om wat ze leest. Niemand heeft het in de gaten.

“Zijn jullie nog met de opdracht bezig?”

“We zijn een beetje afgedwaald geloof ik” zegt Gino. Liz trekt haar wenkbrauw op. Ze houdt haar cynische opmerking voor zich.

Vul dodelijke stiltes niet te snel

“Dus jij vindt dat ik er eerder iets van had moeten zeggen?” vraagt Cecile.

“Ja, dat vind ik” zegt Karim, de teamleider van dit team. Daarna blijft hij stil.

Heel lang stil.

Ze kijken elkaar aan en zeggen niets.

De spanning loopt op.

De rest van het team begint onrustig te schuiven op z’n stoel.

Niemand durft iets te zeggen.

 

Wat ontzettend knap. Ik denk dat hij zelf niet door heeft wat voor belangrijke interventie dit is.

Waarom het zo belangrijk is?

De teamleider geeft niet toe aan de natuurlijk neiging die de meeste mensen in zo’n spannende situatie zouden hebben, namelijk sussen, bagatelliseren of een grapje maken.

Er zijn weinig mensen die het ongemak van deze spanning kunnen verdragen

EN er niet voor zorgen dat de spanning snel weggaat.

Wij komen veel teams tegen waarin het spannend is. Meningsverschillen zijn hoog opgelopen. De sfeer is om te snijden. Iedereen loopt op z’n tenen om het nog een beetje dragelijk te maken. Zodra het ongemakkelijk wordt is er altijd wel iemand die de situatie sust, kleiner maakt of weg poetst.

De ongemakkelijke stiltes ontstaan meestal als er meningsverschillen zijn waar een team niet uitkomt. Meningsverschillen waarbij mensen letterlijk tegenover elkaar komen te staan. Waarbij niet het gevoel is dat er ruimte voor toenadering is.

Hoe je de meningsverschillen in een team oplost? Ho ho, niet zo snel.

Zo krijg je meer verbinding in teams!

“Mag ik nu eindelijk iets zeggen?” vraagt Joan. Ze probeert er al een tijd tussen te komen.

 “Alleen als je antwoord gaat geven op de vraag die is gesteld”, antwoord Kay.

Geïrriteerd begint Joan toch haar verhaal. Ze is nog maar net begonnen als Kay haar onderbreekt: “Dit gebeurt steeds, dan stellen we een vraag en begint iemand over iets heel anders. Zo blijven we langs elkaar heen praten”.

Joan neemt het hem niet in dank af. Boos gaat ze met haar armen over elkaar zitten en begint een onderonsje met Stef die naast haar zit.

Met z’n allen kijken ze mijn kant op.

Het gesprek in dit team gaat steeds alle kanten op. Ze luisteren slecht naar elkaar. Geven geen antwoord op de vragen die ze elkaar stellen. Er wordt bijna niet op elkaar gereageerd. Het lijken wel losse flodders die steeds de lucht in worden geschoten. Als ze vastlopen met elkaar kijken ze naar de leidinggevende of de coach, of wie er in de buurt is om ze te helpen. Met dit patroon komt het team geen stap verder.